Mama
Mama
Mijn moeder is jarig. Ik vertel mijn dochters dat oma 81 jaar geleden een baby was, maar mij lukt het niet het me voor te stellen. Ik bel haar op en we hangen anderhalf uur aan de telefoon. Mijn moeder is 81 jaar. Ze kan het zichzelf ook nauwelijks voorstellen.
Als ze om zich heen kijkt, ziet ze hoeveel mensen inmiddels alleen zijn overgebleven. Mijn vader – binnenkort 84 – en moeder zijn al 55 jaar samen. Hoewel de ouderdom met steeds meer gebreken komt, telt mijn moeder met mij haar zegeningen. Ze heeft gezonde dochters en kleinkinderen. Ze heeft mijn vader nog. Ze wonen nog steeds zelfstandig – in het huis waar ik geboren ben. Mijn vader rijdt nog auto, zelfs naar Luxemburg. En ze lachen en kibbelen veel. Zoals mijn vader steevast citeert: "Hoe is het met vader en moeder? Goed, ze hebben nog elke dag ruzie".
De perfecte dochter ben ik niet, verre van. Ik zou vaker willen bellen, maar het schiet er de laatste tijd vaak bij in. Het lukt me door omstandigheden niet meer zo vaak om naar Nederland te gaan. En zoals praktisch elk jaar had ik me voorgenomen op tijd een verjaardagskaartje te sturen en was ik weer te laat. Ze vindt het niet erg.
We praten over het project dat ik op mijn werk aan het opzetten ben om meer vrouwen aan de top te krijgen. Ik tuimel over mijn woorden heen in mijn enthousiasme over een aantal ontmoetingen en gebeurtenissen de afgelopen week waardoor ik mijn project steeds meer vorm zie krijgen. Mijn moeder is enigszins verbaasd over zo veel ambitie. "Je hebt het toch ver geschopt ook al kom je uit een eenvoudig nest." Ik gloei van binnen. Mijn moeder is trots op mij.
Mijn moeder stamt uit de tijd dat een vrouw haar baan moest opgeven als ze ging trouwen. Bij haar huwelijk in 1954 nam ze dus voorgoed afscheid van de arbeidsmarkt om huisvrouw, en later moeder, te worden. Ik vroeg haar laatst of ze niet meer kansen had willen hebben om te kunnen blijven werken en zich verder te ontplooien, maar ze zei dat ze het nooit anders had willen doen. Mijn vader, net als zij afkomstig uit een arbeidersgezin, had de mogelijkheid "door te leren" en is ruim 40 jaar boekhouder geweest bij de suikerfabriek in ons dorp. Toen hem een promotie werd aangeboden waarbij hij op het hoofdkantoor zou worden aangesteld, sloeg hij het aanbod beleefd af. Hij had het prima naar zijn zin op de fabriek en wilde liever elke middag op de fiets naar huis kunnen om warm te eten.
Ambitie is me dus niet met de paplepel ingegoten. Maar is het wel ambitie die me drijft? Is het niet veel meer het verlangen om de wereld een beetje beter te maken, om een verschil te maken? Dat verlangen heb ik zeker van mijn ouders meegekregen. Ze hebben er nooit naar gestreefd hogerop te komen, maar hebben altijd betrokkenheid en empathie aan de dag gelegd voor de mensen om zich heen. Ze hebben zich altijd uitgesproken tegen onrechtvaardigheid: mijn vader door brieven te schrijven, mijn moeder door mensen aan te spreken op onbetamelijk gedrag. Een zekere koppigheid en eigenwijsheid hebben ze allebei.
Boven alles zijn ze altijd trouw gebleven aan zichzelf. Ze hebben gedaan wat het best bij hen paste en waar ze zich goed bij voelden. Ze hebben hun eigen pad gevolgd. En ook al is mijn pad een heel ander: dát heb ik van hen geleerd.
